Regulering stap dichterbij!


Maar hoe zit dit met de consument – en met het kansspelbeleid als geheel?

 

Vanmorgen kwam belangrijk, en voor de speler ook schijnbaar goed nieuws naar buiten: “De regulering van online kansspelen is weer een stap dichterbij”.

 

Een stap dichterbij! Dat is goed nieuws

Goed nieuws, omdat regulering belangrijk is voor de zo gewenste consumentenbescherming. Omdat regulering belangrijk is voor belastingvrij spelen voor spelers. Belangrijk is ook voor betere preventie van kansspelverslaving. En belangrijk, opdat online gokken nu ook eindelijk echt legaal wordt. Nou, eigenlijk belangrijk voor alle in dit stuk genoemde zaken, dus.

 

Politiek compromis

Zoals bij ieder politiek compromis, is ook in dit geval sprake van geven en nemen. Het initiële voorstel ging uit van een gedifferentieerd tarief (20% + kosten voor online, landbased houdt huidige 29% tarief), met als doel te komen tot maximale kanalisatie. (Een politieke term voor het percentage van online markt dat in de toekomst een vergunning zal aanvragen.) Onderzoeken hadden een tarief van 20% genoemd als bovengrens om voldoende kanalisatie te realiseren. Boven dat tarief zou het voor veel aanbieders te duur worden, met als gevolg: niet alle grote aanbieders zouden een vergunning aanvragen om hun diensten aan te kunnen bieden binnen het legale aanbod. En dus: niet bereiken van het doel waarbij voor de spelers juist dit legale aanbod voldoende attractief zou dienen te zijn, dit om het te verkiezen boven het illegale aanbod.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff zei hierover zeer recentelijk, in antwoord op Kamervragen:

“De markt voor kansspelen op afstand is een consument-geleide markt. Spelers willen het door hen gewenste spel kunnen spelen met een aantrekkelijk uitkeringspercentage. Een hoog uitkeringspercentage, vergelijkbaar met het uitkeringspercentage op de illegale markt, is voor vergunninghouders een vereiste om te kunnen concurreren met het illegale aanbod.”

“Wanneer de kosten voor het vergund aanbieden van kansspelen op afstand (te) hoog zijn, zijn verschillende reacties van de zijde van aanbieders te verwachten. Een deel van de potentiële gegadigden voor een vergunning zal afhaken en de illegaliteit verkiezen; een andere deel zal nog steeds geïnteresseerd zijn in een vergunning, maar proberen de hoge kosten af te wentelen door te bezuinigen op de aantrekkelijkheid of innovatie van het spelaanbod of door het uitkeringspercentage te verlagen. Dit heeft een negatief effect op de kanalisatie, aangezien spelers op zoek zijn naar de hoogste uitkeringspercentages en een aantrekkelijke spelbeleving. Daarom heeft de regering ervoor gekozen het belastingtarief voor kansspelen op afstand niet hoger te maken dan 20%.”

“Ervaringen uit het buitenland en onderzoeken van H2GC laten zien dat een belastingtarief van 20% ongeveer de bovengrens is om aan de kanalisatiedoelstelling te voldoen.”

(16-12-2015, in 33996 Wijziging van de Wet op de kansspelen, Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met organiseren kansspelen op afstand. Nota n.a.v. het nader verslag, in antwoord op Kamervragen)

 

Toch een hoger tarief. Wat betekent dit?

Volgens het bericht in de Telegraaf is nu dus toch gekozen voor een substantieel hoger tarief: 29%. En pas als zou blijken dat er veel meer gegokt wordt (wat geenszins het doel is van de regulering, en ook niet echt de verwachting – immers, de online markt bestaat al jaren en vrijwel iedereen die online gokken ook maar enigszins leuk vindt speelt daar ook nu al), zou dit tarief stapsgewijs dalen naar 25%. Zoals net gezegd: bij ieder politiek compromis is sprake van geven en nemen. Op het eerste oog lijkt dit huidige voorstel toch vooral slecht voor de online aanbieders, en niet zozeer voor de spelers zelf. Maar wie doordenkt, weet dat het uiteindelijk toch de Nederlandse consument is die de rekening betaalt.

 

Slecht voor de speler

Zoals blijkt uit de aangehaalde quotes van Dijkhoff: een te hoog tarief voor aanbieders zal zorgen dat minder aanbieders daadwerkelijk een vergunning aanvragen. En dat is slecht voor de speler, omdat dan het legale spelaanbod verschraalt – terwijl de doelstelling van het beleid juist was dat de speler het huidige keuzeaanbod zoveel mogelijk moest behouden, maar dan in legale setting.

Een te hoog tarief voor aanbieders zal linksom of rechtsom betekenen dat spelers de dupe zijn. Immers, deze hogere kosten zullen moeten worden doorberekend, en dat kan maar ten koste van één groep gaan – namelijk, de speler. Ofwel zijn directe kosten worden hoger (rake hoger, uitbetaalpercentages lager), of zijn bonusvoorwaarden. Gevolg: het legale aanbod zal voor de speler duurder zijn dan het illegale aanbod. En dat is juist wat vanuit de beleidsdoelstellingen niet gewenst is, omdat het zo van de speler wel heel veel gevraagd is om toch dit duurdere legale aanbod te verkiezen. En doet hij dit niet (wat de verwachting is), dan betekent dit wederom: minder kanalisatie en minder bescherming – en dus feitelijk niet behalen van twee van de belangrijkste beleidsdoelen. Zou de Kansspelautoriteit in de toekomst bovendien in staat zijn het illegale aanbod succesvol aan banden te leggen, dan is de rekening voor de Nederlandse speler in dat geval wel heel zuur: hij kan dan na de regulering op minder sites spelen, en bovendien onder slechtere voorwaarden dan voorheen. En dat kan toch niet de bedoeling zijn van regulering!

 

Belang van niet overvragen

Bij geven en nemen is het belangrijk dat geen van de betrokken partijen overvraagt. Immers, trekt één van de betrokken partijen (overheid, kansspelindustrie, spelers) te hard aan het elastiek dan breekt dit elastiek – en heeft niemand iets.

Ik Ben KOA hoopt dat binnen dit politieke proces van geven en nemen niet de initiële doelstellingen waarom we eigenlijk willen reguleren zullen worden vergeten. Ik Ben KOA hoopt dat financiële beleidsdoelstellingen niet al te zeer voorrang krijgen boven de initiële doelstellingen van het Nederlandse kansspelbeleid. En, Ik Ben KOA hoopt dat nu en in de toekomst blijvend wordt gekeken naar de belangen van juist die groep waarvoor we het allemaal doen: de Nederlandse consument.

Wat ons betreft dienen bij iedere beslissing of aanpassing van het wetsvoorstel KOA altijd deze drie zaken te worden meegenomen, om zo uiteindelijk te komen tot het door iedereen gewenste resultaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*